5 tips voor een soepele start van het nieuwe schooljaar!

5 tips voor een soepele start van het nieuwe schooljaar!

Een nieuw schooljaar betekent: nieuwe groepen en een nieuwe dynamiek. Als je de eerste weken goed investeert komt dit ten goede aan de leerkrachten, de kinderen en de gehele sfeer op school. Een pedagogisch klimaat, sociale veiligheid en een positief leerklimaat zijn daarbij veel gehoorde termen. Welke theorie zit erachter? En vooral: Wat kun je doen voor die soepele start?

Voordat we overgaan tot het geven van een aantal praktische tips is er meer achtergrondinformatie nodig. Een goede relatie tussen leerlingen en leraar heeft een positief effect op het welbevinden van de leerlingen en hun prestaties. Wanneer voelt een kind zich goed? Luc Stevens onderscheidt drie basisbehoeften van een kind: relatie, competentie en autonomie.

Relatie

De behoefte aan relatie betekent voor kinderen: anderen waarderen mij en willen met mij omgaan. Dit gaat om zowel relaties met andere kinderen als met leraren. Ze willen het gevoel hebben erbij te horen, onderdeel te zijn van de groep. Op school hebben docenten hier veel invloed. Luisteren en vertrouwen geven zijn daarbij van groot belang.

Competentie

Kinderen willen laten zien wat zij kunnen en ook geloven dat ze in staat zijn om iets nieuws te leren. Het gaat om een combinatie van inzet, welbevinden en zin om te leren. Persoonlijke en haalbare leerdoelen, voldoende uitdaging en beschikbaarheid van hulp zijn daarbij de basis voor een goed gevoel van competentie.

Autonomie

Kinderen willen het gevoel hebben zelf iets te kunnen maken, bedenken of doen. Een kind is er voor zichzelf en niet voor zijn/haar ouders of voor de school. Ze willen zich graag onderscheiden. Naast het bieden van ruimte en ondersteuning is het belangrijk om de verbondenheid met de ander niet te vergeten. Autonomie heeft daarin veel te maken met relatie.

Naast de kennis over de basisbehoeften van een individueel kind speelt de groepsvorming en groepsdynamiek ook een belangrijke rol. Groepsvorming bestaat uit vijf fasen waarvan de groep de eerste drie fasen in ongeveer zes weken doorloopt. Hierna zijn de rollen, normen en waarden grotendeels bepaald voor de rest van het jaar. De fasen zijn:

  • Forming: oriënteren.
    Leerlingen leren elkaar kennen, de groep zoekt naar veiligheid en structuur. (2 weken)
  • Storming: presenteren.
    De verhouding tussen leerlingen wordt duidelijker, wie is er een leider, wie een volger? Er ontstaat rumoer. (2 weken)
  • Norming: normeren.
    De regels, waarden en normen van de groep worden bepaald. Iedereen krijgt een eigen taak in de samenwerking. (2 weken)
  • Performing: presteren.
    De groep wordt een team en is klaar voor samenwerking. Er zijn ongeschreven regels waar iedereen zich aan houdt. Wel is het zaak hier actief mee bezig te blijven door nieuwe leerlingen of heftige gebeurtenissen kun je weer een fase teruggaan.
  • Reforming: evalueren.
    Het einde van het jaar of periode is in zicht. Dit afscheid geeft weer een nieuwe dynamiek.

 

Tip 1: Eerst norming dan storming

Draai de storming en norming fase om. Door eerst de norm met de groep vast te stellen, stuit je op minder conflicten. Aangezien de regels (door de leerlingen zelf) al zijn vastgesteld, kan je hier tijdens de les altijd op terugvallen. Zo zal het “gevecht” om bepaalde posities of afspraken binnen de groep veel soepeler verlopen.

Tip 2: Maak een sociogram

Maak een sociogram om de sociale verhoudingen in een groep inzichtelijk te krijgen. Doe dit als de
groep gevormd is na drie fasen, rond de herfstvakantie.
Let op, uit een sociogram kan naar voren komen dat een kind erg op zichzelf is en bijvoorbeeld niet veel samen speelt. Onderneem niet meteen actie om dat kind overal bij te betrekken. Het kind kan zich juist heel prettig voelen bij de situatie en alleen maar onzeker worden als het ineens van alles ‘moet’ ondernemen met klasgenoten.

Lees hier meer over de theorie achter een sociogram.

Tip 3: Samen werkt

Groepsvormende activiteiten zijn er in allerlei soorten en maten. Denk bijvoorbeeld aan coöperatieve werkvormen zoals de ‘groene spelen’. Zowel tijdens taal, rekenen en gym. Het is hierbij vooral belangrijk dat kinderen met iedereen leren samenwerken. Niet alleen met vriendjes of vriendinnetjes. Doe als leerkracht zelf ook mee! Dat versterkt de onderlinge relatie en vertrouwensband.

35 korte Energizers staan hier.
Hier staan drama lessen t.b.v. de groepsvorming, Theatersportkaarten
Andere downloads: Groepsvormen

Tip 4: Reflecteer en leer

Als je veel met elkaar samenwerkt kan het ook weleens botsen. Dat is heel gezond en normaal! Het is vooral belangrijk om dit direct bespreekbaar te maken. Laat de kinderen op zichzelf reflecteren en ook aan de ander vertellen wat ze wel of niet fijn vinden aan de samenwerking. Niet alleen als het botst maar bijvoorbeeld standaard aan het einde van de dag. Met wie heb je vandaag samengewerkt en hoe ging dat?

Hier kun je ook terugkomen op de eerder gemaakte afspraken met de klas hebt die zijn gemaakt in de norming fase. Geef als docent het goede voorbeeld en geef ook je fouten toe.

Lees hier meer over feedback aan leerlingen geven.

Tip 5: Stel een wekelijks compli(mo)ment in

Ken je leerlingen en leer de leerlingen elkaar kennen en bewonderen. Geef zelf het goede voorbeeld door positieve feedback te geven en veel complimenten uit te delen. Let hierbij op dat je complimenteert op de kernkwaliteiten van de leerlingen. Dit helpt de kinderen om te ontdekken wat hun kwaliteiten zijn.
Eindig de week bijvoorbeeld met een vast compli(mo)ment. Dit moeten zowel de leerlingen als de docent voorbereiden door complimenten gedurende de week te verzamelen. Je kunt dit ook noteren en ophangen in de klas. Of bijvoorbeeld stickers uitdelen en opplakken. De focus hierbij moet ook liggen op het goed ontvangen van complimenten. Dit is vaak nog moeilijker dan een compliment geven!

Lees hier meer over het effect van een goed compliment.

Door judo in te zetten als middel werken we met Schooljudo aan de sociaal emotionele en motorische vaardigheden van kinderen. Samen stoeien en rekening houden met elkaar (groot, klein, sterk en minder sterk). Iedereen is gelijk in een judopak! Benieuwd hoe wij jouw school kunnen helpen met de groepsdynamiek? Neem contact op!

Deel dit artikel

Schijf je in voor de Schooljudo nieuwsbrief